DOOR DE BALIEBRIL (14)

23-04-2024

Hoe dodelijk is enthousiasme?

Elders op deze website kan u het lezen: de raad van de Orde telt twee nieuwe leden, die zich  meteen lieten opvallen door hun “enthousiasme en positieve vibes”. Dat is goed nieuws voor de raad van de Orde en ik word daar oprecht gelukkig van. Ze komen in de plaats van twee andere leden van wie “afscheid is genomen”.  Die omschrijving deed me wat denken aan het taalgebruik in woonzorgcentra. Wanneer daar iemand sterft, wat daar helaas nogal vaak gebeurt, spreken ze ootmoedig dat ze “iemand hebben moeten afgeven”. Dat klinkt daar wat minder hard. 

De realiteit is dat twee leden van de raad ontslag hebben genomen, niet omdat het moest, maar omdat ze zelf opstapten. Er was geen ruzie of een zeer concrete aanleiding. Beiden, waaronder uw dienaar, motiveerden hun vertrek door te zeggen dat ze daarmee hun enthousiasme voor de advocatuur willen behouden. 

Hoezo? Is het dan zo erg om in de raad van de Orde te zitten? Neen, natuurlijk niet. Het is een voorrecht om door de confraters te worden verkozen en mee de balie te mogen besturen.  Er is veel engagement binnen de raad van de Orde. Ik heb daar ook over bericht in de vorige edities van dit rubriekje  “Door de baliebril”. Sommigen vonden dat ik mij daar gedroeg als een “minister van propaganda” en alles te positief  voorstelde. Dat kan zijn, maar het is geen misdrijf om graag advocaat te zijn en met gretig enthousiasme de evoluties binnen het beroep kritisch op te volgen.  De advocatuur is permanent in evolutie en wie enige relevantie wil behouden kan maar best goed nadenken over hoe hij of zij over pakweg vijf jaar het beroep wil uitoefenen (dat zal in ieder geval anders zijn dan nu). Ieder doet het op zijn eigen manier. Zij die mij wat kennen weten dat ik via mijn wekelijkse blog op jubel.be verslag uitbreng over wat er leeft in de juridische wereld. Ik heb ook enkele boekjes geschreven over het beroep (al ben ik niet zeker dat die ook gelezen zijn) en spreek vaak –  en graag – over ons beroep. Ik hamer er dan op dat advocaten ondernemers zijn en dus in de beroepsuitoefening het Wetboek van Economisch Recht moeten toepassen. Dat zorgt ervoor dat veel deontologische regels moeten worden herzien. Vrijdag zal ik op het congres van de Orde van Vlaamse Balies daarover een uiteenzetting geven (in het volle besef dat dit voor velen een “ver van hun bed” show is, maar ze hebben ongelijk).

De raad van de Orde is een bijzondere biotoop. Oud OVB-voorzitter Jo Stevens had daar een eigen stelling over: de raden van de Orde worden bevolkt met goed menende en gemotiveerde “baliemandarijnen”. Ze zijn eerst actief geweest binnen de Jonge Balie, brengen het daar soms tot voorzitter, zetelen daarna in allerhande commissies van de raad en worden verkozen in de raad. En dan is het uitkijken naar wie dan de uitverkorene wordt die het tot vice-stafhouder brengt om daarna door te stoten tot de functie met aanzien én macht: het stafhouderschap. Jo Stevens – en hij zegt zelf “met enig optimisme” – schat die groep op  hooguit 5 % van de totale balie.  Voor de andere geldt het motto “laat ons met rust”.

Voor wie in de raad zit is het allicht onbegrijpelijk dat een lid er de brui aan geeft. Misschien kan het ontslag ook helpen om  eens na te denken over die werking van de raad. De advocatuur is mijn beroep, mijn voornaamste hobby en mijn passie. Ik besef dat dit niet voor iedereen zo is, maar  wat is er verkeerd om wat van mijn enthousiasme te willen overdragen, mijn ervaring en kennis te delen en vooral iedereen scherp te houden?

Misschien moet er toch wat meer angst komen in de raad van de Orde. Misschien moet de verkiezing wat minder vanzelfsprekend zijn en moet er daar wat meer concurrentie komen. Misschien mag er eens nagedacht worden over de snel wijzigende omstandigheden, die maken dat een bestuursorgaan van een groep ondernemers zich niet enkel meer zo vrijblijvend door het buikgevoel van de confraterniteit mag laten leiden. Misschien moeten die 95% anderen nu ook maar eens opstaan (niet allemaal natuurlijk, maar toch…) ,of toch minstens worden aangezet om uit de schaduw te treden. Misschien moet de raad van de Orde wat representatiever worden en ook confraters bevatten die “out of the box” anders naar het beroep kijken. En misschien moeten ze daartoe worden aangemoedigd, want zoals vaak zijn er zovele praktische bezwaren en is er geen tijd. Misschien hebben ze zelfs wel gelijk en is het wat gek dat die gedachte wordt uitgesproken door iemand die “afscheid nam” van de raad.

Maar misschien is ontslag nemen nog iets anders dan afscheid nemen. Daarvoor ben ik zelf te zeer begaan met de balie. Daarvoor kom ik na enkele weken afwezigheid terug met deze “Door de baliebril” en dit zolang het mag. Daarvoor is het belangrijk dat u dit ook blijft lezen. Daarvoor is het nuttig dat u zich niet in de hoek laat drummen en we het debat blijven aangaan over de toekomst van ons beroep.

Hugo LAMON